Inspiratiebronnen - De Tekenbewegingsmethode

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

Inspiratiebronnen

INSPIRATIEBRONNEN

Hoe nieuw zijn de tekenbewegingen en de ideeën die er mee te maken hebben? Het is fascinerend om te ontdekken hoe veel  mensen, vanuit heel verschillende achtergronden, zich hierin verdiept hebben. Ik geef een paar voorbeelden.

'Nicht das Fertiggewordene betrachten, dieses entspricht nicht mehr ganz der Idee, die sich in ihm ausspricht, wir müssen auf das Werden zurückgehen'. (Rudolf Steiner: Goethe als Vater einer neuen Ästhetik, referaat, 1888). In deze uitspraak legt Goethe de nadruk op het wordingsproces, niet op het resultaat.

Op vergelijkbare manier legt de Zwitserse schilder Paul Klee het accent niet op 'das Form-Ende' maar op 'das Formende' oftewel 'vom Vorbildlichen zum Urbildlichen'.  De lijn is voor hem de uitdrukking van het Worden.
Klee was een collega van Johannes Itten. Deze doceerde begin vorige eeuw aan het Bauhaus en had revolutionaire denkbeelden over de plaats die het gevoel inneemt bij het komen tot vorm.  Hij gebruikte hiervoor in zijn lessen ritmische oefeningen, herhalend tekenen op het ritme van de ademhaling en tweehandig tekenen. De bedoeling hiervan is 'om innerlijk en uiterlijk vrij te worden door motorische ontplooiing en tegelijkertijd beweging en ritme als existentiële oerfenomenen (…..) . Hier wordt de hand als het ware aan zichzelf overgelaten en volgt een innerlijk ritme, dat op een of andere manier het wezen van de kunstenaar vrij tot uitdrukking brengt'. (Itten, geciteerd door Ella Molenaar-Coppens, Symbolen in de Creatieve Therapie, 1996)

De motoriek als brug tussen binnen en buiten, een basale manier om bij het wezen der dingen te komen, wat een mooi en eenvoudig concept!
Ik citeer in dit verband ook Marijke Rutten-Saris (Basisboek lichaamstaal, blz. 127, 1990)
'In het vormgeven (bv. de tekening) ben je bezig met de afwisseling tussen je in het grensgebied bewegen en naar het grensgebied kijken; de tekening is een afspiegeling van de beweging tussen jouw innerlijk en jouw buitenwereld. Door de tekening te maken leg je contact tussen binnen- en buitenwereld (op heel basaal niveau al) door innerlijke bewegingen (de binnenwereld) die zich doorzetten in energieke motorische bewegingen (een verbinding / een overgang) die in aanraking komen met het krijt en papier (de buitenwereld, de materie).Je kunt van de tekening weer een transitioneel object maken, door deze naar je toe te halen, te koesteren, je veiligheid bij te halen. Op dat moment neem je de tekening niet alleen waar; op dat moment heb je niet alleen je tekening, maar ben je ook je tekening'.
Marijke werkt als beeldend therapeut met mensen met een ontwikkelingsstoornis, volgens de door haar ontwikkelde methode EBL (Emerging Body Language), waarbij 'bewegen en meebewegen' als communicatiemiddel tussen cliënt en therapeut een centrale plaats inneemt. (zie ook 'Leren als een Baby', M. Rutten-Saris,2001, In Beeld)

Het aspect van herhaling geeft de mogelijkheid tot verdieping. Dit gaat niet alleen over tekenbewegingen. Het is ook de basishouding van zen in het dagelijks leven. Zenleraar en filosoof Prof.K. von Dürckheim zegt daar het volgende over:
'…Dat juist datgene wat voor herhaling vatbaar is, voor ons de kans inhoudt van een ontmoeting met een werkelijkheidservaring die ver uit gaat boven wat ons in het leven als het meest waardevol voorkomt…Indien men de juiste levensinstelling kent, dan wordt het dagelijks leven zelf tot een oefenterrein… Ieder ogenblik op de juiste wijze waargenomen, wordt tot de beste van alle gelegenheden tot innerlijke verlichting…'  (K. von Dürckheim, 'Ons Dagelijks Leven als Oefening', 1973)

Maria Hippius (partner van von Dürckheim) ontwikkelde tekenbewegingen vanuit deze filosofie als meditatieoefening. Zo wordt de door Dürckheim beschreven levensoefening meer tastbaar.

Binnen de antroposofie wordt gewerkt met het tweehandig vormtekenen, dat vanaf de laagste klassen wordt onderwezen, en dat tot doel heeft om de scheppingskracht, die in ieder kind aanwezig is, te helpen ontvouwen. Beeldend kunstenaar en therapeut Michiel Dhont heeft een serie oefeningen ontwikkeld voor kinderen van de basisschool, ter bevordering van de integratie van de cognitieve, emotionele en sociale intelligentie. ('t Tijdloze Uur, M. Czn. Dhont, 1999) Hij legt sterk de nadruk op de samenwerking tussen beide handen in relatie tot de motoriek van het hele lichaam, en ziet bij kinderen een duidelijke verbetering op het gebied van taal, rekenen en lezen, en een toename van het I.Q.
'Het in 'beweging' zijn heeft een innerlijke beweging tot gevolg, zodat levensleerprocessen zich in het kind openbaren, waardoor het zich tot een 'volledig' mens kan ontwikkelen. Via de beweging verbindt het kind zijn binnen- en buitenwereld. Beweging komt voort uit innerlijke energie. Deze drukt zich uit in handelingen in de buitenwereld, door de verbinding van lichaam en geest. Het kind koppelt deze directe ervaringen aan de culturele interpretatie van zijn wereldbeeld. Hierdoor ontstaat een referentiekader.(…) Het kind kan, in het ervaren van de wereld om zich heen, door deze tekenbewegingen directe beelden van zijn wereldbeeld vormen. Het hersengebied dat de motoriek regelt en dat in directe verbinding staat met de linker en rechter hersenhelft speelt hierbij een belangrijke rol'.

Ella Molenaar-Coppens  beschrijft in haar artikel 'Krom en Recht'  (1996, symbolen in de Creatieve Therapie)  Rechten en Krommen, als basisvormen voor al het waarneembare. Ook zij geeft aan dat aan vorm altijd beweging ten grondslag ligt, en dat die beweging het wezen van de vorm is.


 

Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu